Het begrip ‘sociaal domein’ omvat het geheel van inspanningen die de gemeente verricht op het gebied van werk, participatie en zelfredzaamheid, zorg, ouderen en jeugd; en onderwijs In het sociaal domein zijn diverse uitdagingen te vinden. Een van de belangrijkste is het balanceren tussen het bieden van de juiste ondersteuning aan burgers, en tegelijkertijd efficiënt omgaan met beschikbare middelen. Ook spelen er vraagstukken rondom vergrijzing, toenemende diversiteit in de samenleving, en de samenwerking tussen verschillende instanties. Geld mag daarbij als middel worden ingezet maar nooit als een doel op zich. De werkgroep sociaal domein van DOEN’22 heeft een ambitieuze stip op de horizon gezet voor 2050: “Onze gemeente is een gemeenschap. Wij zijn een blauwe zone. Inwoners van de gemeente Hardenberg groeien gezond en veilig op en worden op een gelukkige en verantwoorde manier 100 jaar”. Daarbij horen doelen en aandachtspunten:
Doelen:
Aandachtspunten:
Benjamin Franklin: “Een ons preventie is meer waard dan een pond genezing.”
Inleiding
Ondanks de toenemende welvaart, de toenemende levensverwachting is het niet vanzelfsprekend dat dat ook gepaard gaat met goede gezondheid. Gezondheid en preventie van ziekte verdient de komende de tijd dan ook veel aandacht. (Positieve) gezondheid wordt niet alleen beïnvloed door/bepaald door gezond eten en voldoende bewegen, maar ook door adequate scholing/kennis, financieel zonder zorgen zijn en onderdeel zijn van een community, sociaal netwerk. Op al deze factoren kunnen we als gemeente invloed hebben. In de Wet Publieke gezondheid (WPG) staat beschreven wat de taak van de gemeente hierin is. DOEN’22 definieert Positieve gezondheid als volgt. Positieve gezondheid is niet alleen kijken naar ziekte, maar naar het vermogen van mensen om met de uitdagingen van het leven om te gaan en zoveel mogelijk eigen regie te houden over hun leven. Hoewel de inwoners in grote meerderheid hun gezondheid als goed ervaren, zijn er toch een groot aantal chronisch zieken in de gemeente Hardenberg. Dat heeft negatieve invloed op deze inwoners. Daarnaast is het percentage laagopgeleide inwoners relatief hoog. Te verwachten valt dat de gezondheid van onze inwoners verder achteruit zal gaan.
Uitgangspunten
Eind 2024 heeft de gemeente Hardenberg een nota gezondheidsbeleid 2024-2028 gepubliceerd. In deze nota zijn de volgende leidende principes beschreven:
Speerpunten
Michael Jordan: “Sommige mensen willen dat het gebeurt, sommige wensen dat het gebeurt, anderen zorgen ervoor dat het gebeurt.”
Inleiding
De gemeente Hardenberg is een gemeenschap van 29 unieke plaatsen, elk met eigen karakteristieken en behoeften. Sport en bewegen zijn krachtige middelen om gezondheid, sociale verbinding en trots te bevorderen. Sport en bewegen zouden centraal moeten staan als één van de motoren van welzijn en vitaliteit. Door een samenhangend beleid willen we alle inwoners van Hardenberg inspireren en faciliteren om actief deel te nemen aan sport en bewegen, ongeacht leeftijd, achtergrond of mogelijkheden.
Speerpunten
De gemeente Hardenberg ondersteunt sportverenigingen en andere aanbieders bij het toekomstbestendig maken van hun aanbod. Dit doen we door:
We geloven dat sport een leven lang plezier en gezondheid moet bieden. Daarom richten we ons op:
Nelson Mandela: “Laat er werk, brood, water en zout voor allen zijn.”
Het beleid van de gemeente dient er op gericht te zijn om zich in te zetten voor een inclusieve samenleving. De maatschappelijke opgave hierbij is om de participatie van inwoners te bevorderen, bij voorkeur door werk, maar ook door een andere zinvolle vorm van dagbesteding of activering. Bestaanszekerheid is hierbij een belangrijke voorwaarde. Meedoen in een baan betekent veel voor mensen: financiële zelfstandigheid, sociale contacten, een duidelijke structuur in je dag, meer welbevinden. Dit geldt ook voor mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt, ook zij moeten kansen krijgen en grijpen om naar vermogen mee kunnen doen. Dat betekent dat iedereen die kan werken, maar dit zonder ondersteuning niet redt, hierbij geholpen wordt. Erbij horen is een belangrijk sociaal menselijke behoefte.
DOEN’22 vindt het belangrijk dat de gemeente de werkgevers blijft enthousiasmeren om te zorgen dat mensen met een arbeidsbeperking een plek op de arbeidsmarkt kunnen vinden. Deelname aan deze trajecten, is wat DOEN’22 betreft, zeker niet vrijblijvend. Rechten brengen plichten met zich mee. Daarom doen we ook een beroep op de eigen verantwoordelijkheid van de deelnemer. De algemene bijstand is het laatste vangnet als iemand niet genoeg inkomen uit werk of een andere uitkering heeft. Het is hierbij belangrijk dat het voor een inwoner duidelijk moet zijn waar hij of zij terecht kan en wat de mogelijkheden zijn. De besluitvorming dient duidelijk en transparant te zijn. Veel klachten komen voort uit onduidelijkheden rondom een besluitvorming. Een eerlijk nee en een betrouwbaar ja. De gemeente moet helder communiceren waarom iets wel of niet kan, maar ook meedenken over eventuele alternatieven. Niet denken vanuit de regel, maar vanuit de kans. Klantgerichtheid moet gewaardeerd worden met een negen.
De organisatie dient zo plat mogelijk te zijn, met een bevoegdheid die zo laag mogelijk ligt, zodat de aanvragen niet gaan verzanden in een woud van regels en beslismomenten. DOEN’22 vindt het belangrijk dat bij het ontwikkelen van het beleid op het gebied van het sociaal domein adviesorganen, zoals de Participatieraad bijvoorbeeld, maar ook inwonersparticipatie/ervaringsdeskundigen en client ervaringsonderzoeken op alle domeinen worden betrokken. Dit om kennis te verbreden en van ervaringen te leren. We geven iedereen ruimte, maar laten niemand vallen. Degene die zichzelf prima redt krijgt volop de ruimte, degene die dat niet kan krijgt een zetje in de rug. Daarbij geldt het principe: “U mag op ons leunen maar we gaan u niet dragen”. Inwoners die met de participatiewet in aanraking komen moeten proberen dit als een springplank te zien en niet als een hangmat.
André Frossard: ‘Een beschaving komt tot stand door de opeenvolgende bijdragen van generaties die elkaar ondersteunen, zoals de stenen van een gebouw.’
De WMO regelt hulp en ondersteuning voor burgers, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen blijven wonen en deel kunnen blijven nemen aan de maatschappij. Het doel is om mensen in staat te stellen een beter leven te leiden, ongeacht hun beperkingen of situatie.
De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet. Het zal altijd een afweging blijven tussen de beste zorg tegen de laagste kostprijs. In onze optiek kan het nooit alleen maar om de kostprijs gaan, maatwerk moet mogelijk zijn. Omdat het een open contract is, is het nadrukkelijk monitoring van de kosten noodzakelijk om toch nog grip op de kosten te blijven houden.
Daarnaast moeten de verantwoordelijkheden zou laag mogelijk in de organisatie worden gelegd en zal er blijvend onderzocht moeten wat de effectiviteit is van de keuze om de huidige gescheiden organisaties die zich met de uitvoering bezig houden in verschillende rechtsvormen uit te zetten. Het moet de lange beslissingstermijnen zoveel mogelijk vermijden.
Alex Brenninkmeijer (nationale ombudsman 2012): “Schulden komen nooit alleen”
Ook hier is een belangrijke rol van de gemeente bij het schuldenvraagstuk preventie. Hierbij kun je onder andere denken aan het geven van voorlichtingen aan specifieke doelgroepen, adverteren via de media en financiële educatie op scholen. Het hebben van schulden heeft vaak gevolgen voor alle levensgebieden van een mens. Het ervaren van bestaansonzekerheid en de stress die hiermee gepaard kan gaan kan leiden tot andere problemen. Schulden zetten druk op een relatie, op het gezinsleven, bij de opvoeding van kinderen en bij ‘de ruimte hebben’ om aan het werk te gaan.
Het is belangrijk om op een vroeg tijdstip eventuele schulden op te sporen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om meldingen van huurachterstanden. Betalingsachterstanden op de zorgpremie, of op de energie- en drinkwaterrekeningen. Als gemeente wil je dit zo vroeg mogelijk in beeld hebben om erger te voorkomen. Een financieel probleem is vaak niet het enige probleem dat iemand heeft. Het is vaak een web van problemen die met elkaar te maken hebben en die elkaar versterken. Mensen met geldproblemen kunnen de situatie dan ook vaak niet meer overzien.
Het is zaak dat wanneer een inwoner in een dergelijke situatie hulp zoekt de drempels laag moeten zijn en de mogelijkheden duidelijk. Wij vinden dat een integrale aanpak de voorkeur zou moeten hebben, waarbij niet allerlei hulpverleners over de vloer komen, maar één vast aanspreekpersoon de regie heeft. Die gene kijkt niet alleen naar de financiële problemen, maar ook breder. Bijvoorbeeld naar problemen rondom wonen, gezondheid, verslaving, de gezinssituatie, etc.
Koningin Maxima: “Taal is de sleutel tot integratie en participatie in onze maatschappij.”
De gemeente heeft de wettelijke rol om de statushouders op het hoogst mogelijke niveau de Nederlandse taal te leren en hen te laten integreren en te participeren en bij voorkeur te laten uitstromen naar betaalde arbeid. Het beheersen van de Nederlandse taal is hierbij een must. Zonder het spreken van de Nederlandse taal is integratie nagenoeg onmogelijk. Naast dat het inburgeringsbeleid bijdraagt aan Nederlandse taalontwikkeling, lijkt het ook positief voor het vinden van een betaalde baan. Statushouders die succesvol inburgeren, verlaten sneller de bijstand en vinden sneller een vaste baan. Dit blijkt onder andere uit het onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum. W.O.D.C.(2024)
Het vinden van een betaalde baan is natuurlijk niet alleen een verantwoordelijkheid van de statushouder, maar ook een bredere verantwoordelijkheid. Voor het vinden van een betaalde baan zijn twee partijen nodig. Daarom is de integratie en wil vanuit de statushouder belangrijk, maar aan de andere kant ook het bestrijden van structurele arbeidsmarkthindernissen, zoals discriminatie of erkenning van vaardigheden. Wij vinden het dan ook belangrijk dat er zo snel mogelijk met een statushouder een Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP) wordt opgemaakt. In ieder geval binnen de wettelijke termijn van 10 weken na de inschrijving in de gemeentelijke basis administratie.
Bij het opmaken van een Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP), heeft een meer participatieve aanpak, waarbij persoonlijke ambities en uitdagingen ook worden meegenomen, onze voorkeur. De inclusiviteit zal hierdoor verbeteren.
Wouter Hart: “Als je het idee of gevoel hebt dat het niet meer klopt, dan kan het helpen om jezelf of elkaar de vraag te stellen wat ook alweer de bedoeling is.”
De gemeente Hardenberg is een dynamische gemeenschap waarin jeugd en jongeren een centrale rol spelen. Met 29 unieke plaatsen binnen de gemeentegrenzen staat Hardenberg voor de uitdaging om een breed gedragen en toekomstgerichte visie op jeugdzorg- en jeugdbeleid te ontwikkelen. Deze visie heeft als doel een veilige, gezonde en inspirerende omgeving te bieden waarin jongeren hun talenten kunnen ontwikkelen en optimaal kunnen deelnemen aan de maatschappij. Preventie staat centraal, ondersteund door een effectief curatief systeem dat jongeren en gezinnen helpt in tijden van nood.
Om deze visie te realiseren laten wij ons inspireren door het boek Werken vanuit de Bedoeling van Wouter Hart. Hierin benadrukt hij dat organisaties (in het bijzonder veel gemeenten) zich te veel richten op regels, structuren en systemen, terwijl ze de oorspronkelijke bedoeling – de reden van hun bestaan – uit het oog verliezen. Wij pleiten voor een omslag van systeemdenken naar bedoelinggericht werken, waarbij professionals ruimte krijgen om zelf verantwoordelijkheid te nemen en keuzes te maken die bijdragen aan de essentie van de organisatie. Dit leidt tot meer betrokkenheid, effectiviteit en klantgerichtheid. Vanuit deze zienswijze weten wij de focus te verleggen naar wat écht belangrijk is!
Vroeger was een school een school. Tegenwoordig is een school een kindcentrum. Het kindcentrum zien wij als een plek in het dorp en/of de wijk waar jeugd en de jonge gezinnen samenkomen. Een kindcentrum is een integrale voorziening waarin kinderopvang en onderwijs nauw samenwerken om een doorlopende ontwikkelingslijn voor kinderen van 0 tot 12 jaar te realiseren. In het kindcentrum staat het kind en het jonge gezin centraal en wordt een veilige, stimulerende omgeving geboden waarin leren, spelen en ontwikkelen hand in hand gaan en jonge gezinnen indien nodig ondersteund en begeleid kunnen worden. Door dit dicht bij huis te organiseren wordt het laagdrempelig om hier gebruik van te maken en wordt er een beroep gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van een ieder.
Speerpunten
Wij denken hierbij aan:
Wij denken hierbij aan:
Iedere jongere moet toegang hebben tot kwalitatieve en passende jeugdhulp, wanneer preventieve maatregelen niet voldoende zijn.
Jongeren moeten meer aan de voorkant betrokken worden.
Iedere jongere verdient gelijke kansen, ongeacht achtergrond of beperkingen. Daar horen ook maatregelen bij:
Toegankelijke voorzieningen:
Hardenberg zet in op duurzame en innovatieve oplossingen om jeugdzorg toekomstbestendig te maken.
Dat kan door het slim gebruik van data:
Alexis Carrel (Franse arts uit vorige eeuw en tevens Nobelprijswinnaar in 1912):
“Waar het op aankomt is niet dat u jaren aan uw leven toevoegt, maar leven aan uw jaren.”
Ook bij het onderwerp ouderen is preventie één van de belangrijkste troeven die we hebben in onze vergrijzende samenleving. Preventie helpt namelijk (intensievere) zorg beperken of zelfs voorkomen. Preventie is dus groter dan het zorgdomein en gaat ook over mentale weerbaarheid, sociale netwerken, omgevingsfactoren, leefstijl, economische status en ondersteuningssystemen. DOEN’22 pleit daarom voor brede, maatschappelijke aandacht voor preventie en gezondheid.
Het begrip ouderen is wat ons betreft niet alleen een getal. Dé oudere bestaat niet, want de onderlinge verschillen nemen juist toe naarmate mensen ouder worden
Ouderen zijn mensen met veel levenservaring en verworven competenties die een rijkdom betekenen voor de samenleving. Wij vinden het belangrijk dat ouderen worden uitgedaagd om met hun potentieel te blijven deelnemen aan de samenleving onder andere als vrijwilliger. Een zinvolle dagbesteding is van groot belang om vitaal te blijven. Dat gaat niet voor iedereen even makkelijk. Eenzaamheid is een groot probleem onder ouderen. Daarom moeten we blijven inzetten op projecten als “een tegen eenzaamheid”
Een gezonde samenleving, waarin ouderen zo lang mogelijk zelfredzaam zijn, is niet alleen een opgave voor de zorgsector maar voor de hele samenleving.
DOEN’22 wil betaalbare woningen voor ouderen. Als ouderen doorstromen naar passende woningen, komen er ook weer woningen vrij voor jongeren. In de kernen zorgen we dan ook voor passende woningen zodat men kan blijven wonen in de eigen vertrouwde omgeving. Ook als je bij of naast je familie wil wonen moet dat zoveel als mogelijk gefaciliteerd worden.
Er is onder ouderen een groeiende behoefte aan een plek waar ze gezelligheid en contact met anderen makkelijk te vinden is, waar zorg kan worden geleverd als dat nodig is, maar waar mensen zelf de regie over hun leven blijven houden.
DOEN’22 vindt dat er veel meer ruimte moet komen voor alternatieve woonvormen voor ouderen, zoals Knarrenhofjes, kangoeroewoningen of mantelzorgwoningen. Partijen als de gemeente, woningcorporaties, zorgorganisaties en investeerders moeten de handen hiervoor ineenslaan.
Martin Luther King: ‘De functie van het onderwijs is om iemand te leren om intensief te denken en kritisch te denken. Intelligentie plus karakter – dat is het doel van een ware opvoeding.’
Inleiding
De kwaliteit van het onderwijs is in de afgelopen jaren flink achteruit gegaan. De hoeveelheid uitvallers blijft jaar na jaar stijgen, de hoeveelheid jeugdigen die de Nederlandse spreek- en schrijftaal machtig zijn blijft dalen, de rijke geschiedenis en culturele identiteit van Nederland is nauwelijks terug te zien in het onderwijs, en het plezier in het onderwijs voor docent en leerling wordt dag na dag minder, dit resulteert in een krapte in het aantal docenten die in te zetten zijn. Hoewel Gemeenten geen invloed hebben op de inhoud van het onderwijs heeft zij wel taken en plichten die zij moet uitvoeren rondom dat onderwijs. DOEN’22 streeft naar een Gemeente waarin het onderwijs weer terug gaat naar de kern: kennisoverdracht van docent op leerling en het ontwikkelen van de basiskwaliteiten die nodig zijn voor de maatschappij.
Speerpunten
Onderwijshuisvesting:
Lokale samenwerking en brede school:
Mahatma Ghandi: ‘Een samenleving moet worden beoordeeld naar de behandeling van haar minderheden.’
Doen 22 staat voor een inclusieve samenleving. In een inclusieve samenleving hoort iedereen erbij, zonder onderscheid. Doen 22 kiest ervoor om geen specifieke groepen extra uit te lichten, omdat échte gelijkwaardigheid betekent dat niemand apart benoemd hoeft te worden om mee te doen. Inclusie is de basis, geen toevoeging. Daarom zetten we in op gelijke kansen, toegankelijkheid en respect voor iedereen.
DOEN'22
Doen wat je belooft!
Heb je een vraag, tip of opmerking voor ons?
DOE een WhatsAppje!
🟢 Online | Privacy
DOE ons een WhatsAppje!